Vision

VISION (for Dutch see below)

THE TAVERN AND MR. BRUYNS IS A POETIC DOCUMENTARY THAT PLAYS WITH THE BALANCE BETWEEN
THE UNFATHOMABLE, THE IMAGINATION AND HISTORICAL FACTS.

Historical development

To live and to survive one must learn magic. Originally, the painter’s brush and canvas were my playing field. Now I have broadened my horizon and my film camera has become my magic wand.

I left the village of Kloetinge at an early age and trained myself to become a visual artist. First as a painter, later I expanded into photography and three-dimensional work. I was inspired by travel and places of historical significance.

I continued to look for new ways of expression. The desire to find a language where nature and images would interplay with musical tones and sounds from nature is deeply rooted.
My fascination for moving images originated in my childhood. It started with humming tops covered in colourful illustrations. As I spun the top faster, the images on the top would disappear and dissolved into thin air – only the humming noise remained. As soon as the top fell silent on its side again, the images would reappear.

The idea for my  film, The TAVERN And Mr. Bruyns was born out of a historic
and artistic need to return to my native village. I mastered the technique of the film camera, editing and storytelling on my own.

The reason

In 2012 I take a walk through my native village; it is just as peaceful as it used to be. I walk around the church with its majestic trees and the old inn, a building that has fascinated me since In was a child.

I sit on the trunk of the old wingnut tree in front of the inn for hours, fantasising about the old house with its permanently closed shutters and doors. I have never been inside.

The occupant, Aad Bruyns, was standing in the doorway and invited me in. I instantly recognised that love for things old and incomplete. A new journey of discovery was born, all I had to do was take notes.

The walls breathe through the fissures and cracks, the walls tell stories. Which mystery is touched upon, which origin of existence becomes tangible? What is it that I’m so attracted to? The familiarity? Or is it a bird calling from a spring of oblivion?

My mission became: ‘Which memories and dreams lie hidden in this spot, waiting to be unlocked?’
I went looking for the inn’s soul and its history; both inextricably connected to the occupant’s inner world.

The story

The film is cultural and historical journey in search of traces from the (distant) past and the various functions of the inn through the ages. The film is also an introduction to the occupant of the inn, his collections and archaeological discoveries.

The camera follows Aad Bruyns for four seasons. Viewers will get a pure image of this innkeeper when, in the intimacy of his attic room, he talks about the passions of his two deceased brothers.

The film is also about looking at things differently. Aad Bruyns: ‘Things that are seemingly worthless, turn out to contain a wealth of value. Often we don’t see the beauty of them anymore, because we’ve grown accustomed to them.’

The building’s past comes to life again in staged scenes: a final tribute, a procession through the village of a sixteenth-century guild. The verdict, the inn as courthouse in the seventeenth century.
The reading circle ‘Lust tot Onderzoek (Desire for Research)’, an all-male club in the nineteenth century.
And finally, the orchestra, an live recording of the village’s brass band underneath the old wingnut tree in front of the inn.

The remains of the spirit of the times form the basis of the visual story where fiction and non-fiction meet.
The actors are the inhabitants of the village. The raven is a symbol of the subconscious.

The cinematic image

As a filmmaker I paint with images. There are plenty of them available to me in the inn and in
the village and the surrounding countryside.

Where sound sculptures by the Reijseger, Fraanje and Sylla Trio blur time and place, viewers will be led past the images of nature along the banks of the Scheldt Rivers. They mark the seasons’ transitions. Silence, the silence in the point of departure of the film is indispensable. The essential silence in our centre in relation to the natural sources surrounding it.
That’s the familiarity you come home to.

I watch out for a coordinated series of images caught in a linear logic. Searching for poetic associations is what film art is to me, a ‘poetic logic’, they reinforce the emotional effectiveness of the images.

A film is like a work of art, you make something that’s actually there, you translate what you are already familiar with from the reservoir of memories.
The image as a print of the time.
In the duration, history transforms itself and allows itself to be translated into the ‘duration’ of the moment.

Everything is significant, both large and small, the short duration and the never-ending.
By differentiating and making things recognisable.
By stimulating the process of awareness, by revealing the love for things, by creating attention, time and space.

The point is to look slowly, to look with your heart.

The TAVERN And Mr. Bruyns
A tangible past in a closed space, a broken roof with cracks to reality.

DE HERBERG IS EEN BESCHOUWENDE DOCUMENTAIRE: EEN SPEL EN EEN ZOEKTOCHT NAAR EEN BALANS TUSSEN HET ONBENOEMBARE, DE VERBEELDING EN DE (HISTORISCHE) WERKELIJKHEID.

Historiek

Om te leven en te overleven moet je leren toveren. Vroeger waren de schilderskwast en het doek mijn speelterrein. Nu heb ik mijn grenzen verlegd en vormt mijn filmcamera mijn toverstok.

Ik verliet het dorp Kloetinge al op jonge leeftijd en ontwikkelde mijzelf tot beeldend kunstenaar. Eerst als schilder, later breidde ik mijn werk uit met fotografie en driedimensionaal werk. Mijn inspiratie haalde ik uit reizen en uit historische plekken van betekenis.

Het zoeken naar een andere taal bleef. Het verlangen naar een taal waarin natuur en beeld een samenspel aangaan met muzikale klanken en geluiden uit de natuur zit diep geworteld. Mijn fascinatie voor bewegend beeld is ontstaan in mijn kinderjaren.               Het begon met een bromtol vol kleurrijke afbeeldingen. Naarmate ik de tol harder aanzwengelde, vervaagden de beelden op de tol en losten ze op in de wind, het zoemende geluid bleef over. Zodra de tol weer op zijn zij lag, vielen de beelden weer terug op hun plek.

Vanuit een historische en artistieke behoefte die mij terugvoerde naar mijn geboortedorp, werd het idee voor de film De Herberg geboren. De techniek van de filmcamera, editing en storytelling ik mijzelf eigen gemaakt.

 

De aanleiding

Het is anno 2012 als ik door mijn geboortedorp wandel; het ligt er nog net zo verstild bij als vroeger. Ik loop rond de kerk met zijn majestueuze bomen en de oude herberg, een gebouw dat mij als kind al fascineerde.

Uren breng ik door op de stam van de oude vleugelnootboom voor de herberg, fantaserend over het oude huis met zijn immer gesloten luiken en deuren. Nog nooit ben ik binnen geweest.

De bewoner, Aad Bruijns, stond in de deuropening en nodigde mij binnen. Ik herkende meteen de liefde voor het oude, het incomplete. Een nieuwe ontdekkingsreis was geboren, ik hoefde slechts te noteren.

De muren ademen door de scheuren en barsten, de muren vertellen. Welk mysterie wordt aangeraakt, welke oorsprong van het bestaan wordt tastbaar? Wat trekt mij zo aan? De herkenning? Of is het een vogel die roept vanuit een bron van vergetelheid?

Mijn opdracht werd: ‘Welke herinneringen en dromen liggen besloten op deze plek en wachten op ontsluiting?’   Ik ging op zoek naar de ziel van de herberg en zijn historie; beide onlosmakelijk verbonden met de binnenwereld van zijn bewoner.

Het verhaal

De film is een cultuur-historische ontdekkingstocht naar sporen uit een (ver)verleden en naar de functies van de herberg door de eeuwen heen. De film is ook een kennismaking met de bewoner van de herberg, met zijn verzamelingen en archeologische vondsten.

Gedurende de vier seizoenen volgt de camera Aad Bruijns. De kijker krijgt een puur beeld van deze herbergier wanneer hij binnen de intimiteit van zijn zolderkamer vertelt over de passies van zijn twee overleden broers.

De film gaat ook over anders kijken. Aad Bruijns: ‘Dat wat ogenschijnlijk zonder waarde is, blijkt een schat aan rijkdom te bezitten. Vaak zien we de schoonheid niet meer, omdat de gewenning heeft ingezet.’

Het verleden van het gebouw komt opnieuw tot leven in geënsceneerde scènes: Een laatste eer, een processie van het zestiende-eeuwse Gilde door het dorp. Het vonnis, de herberg als Rechtshuis in de zeventiende eeuw. Leesgezelschap Lust tot Onderzoek, een mannensociëteit in de negentiende eeuw. Tenslotte het orkest, een life-registratie van de dorpsbrassband onder de oude vleugelnootboom voor de herberg.

Deze restanten van de tijdgeest vormen de basis voor de beeldverhalen waar fictie en non-fictie elkaar ontmoeten.

De acteurs zijn de bewoners van het dorp. De raaf is een symbool voor het onderbewuste.

 

Het filmische beeld

Als filmer schilder ik met beelden. Die zijn voor mij volop voorhanden in de herberg en in het dorp en het landschap eromheen.

Daar waar muzikale klanksculpturen van het trio Reijseger, Fraanje en Sylla tijd en plaats doen vervagen, wordt de kijker meegenomen langs de natuurbeelden van de oevers van de Scheldes. Zij markeren de overgangen van de seizoenen.

Stilte, de stilte in het vertrekpunt van de film is essentieel.

De wezenlijke stilte in ons centrum verhoud zich tot haar natuurlijke bronnen om zich heen. In die herkenning kom je thuis

Ik hoed mij voor een – nevenschikking van beelden – die in een lineaire logica besloten liggen. Het zoeken naar poëtische verbanden is voor mij filmkunst, een ‘poëtische logica’, zij versterken de emotionele werking op de beelden.

Een film is als een kunstwerk, je maakt iets dat er eigenlijk is, je geeft een vertaalslag van datgene dat je al kent vanuit het reservoir van de herinnering.

Het beeld als afdruk van de tijd.

In de duur herschept de geschiedenis zich en laat zich vertalen naar de ‘duur’ van het moment. Alles is van belang, het kleine en het grote, de korte duur en het oneindige.     Door onderscheid te maken en de dingen herkenbaar te maken. Door het bewustwordingsproces aan te wakkeren, de liefde voor de dingen te openbaren, door aandacht, tijd en ruimte te creëeren.

Het gaat om langzaam kijken, kijken met je hart.

 DE HERBERG Een tastbaar verleden in een besloten ruimte, een gebroken dak met kieren naar de werkelijkheid.